Maria Susanna du Plessis

Plantgehoudster in Paramaribo.

Geen verwantschap met de fam. du Plessis in nederland en Belgie.
Zie ook de extra aanvullende pagina's.

 

http://www.rnw.nl/data/files/imagecache/must_carry/images/lead/Slaven%20poten%20aardappels_jpg_0.jpg
SALOMON DU PLESSIS ADVOCAAT IN PARAMARIBO
Salomon du Plessis werd geboren op 22-11-1705 als negende kind uit het gereformeerde gezin van Hugenoot Michel du Plessis te Bergen op Zoom. Vader Michel was leraar in de Franse taal en zanger/voorganger in de Waals kerk. Salomon arriveerde in 1734 in Paramaribo hij werkte als advocaat voor de Oost-Indische Compagnie. In Suriname leerde hij de zeer vermogende Magaretha van Strijp (1706-1769) kennen en huwde in 1737 met haar. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren, Maria Susanna du Plessis op 10-03-1739 en in 1741 werd Rijnier Isaac du Plessis. Reinier Isaac bezat ook en plantage genaamd 'de Hoop'. Salomon overleed op 25-07-1787 in Amsterdam en werd evenals zijn vader begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Magaretha van Strijp was eerder getrouwd met Daniël Pichot (overl. 1734) en erfde van hem enkele plantages. Salomon du Plessis bezat zelf ook een plantage, hij was een wreed en opvliegend persoon, hij mishandelde en bedreigde zijn vrouw stelselmatig. 






Enkele aantekenigen betreffende Salomon du Plessis.

 


 
Vijf jaar oude koffiestruiken op plantage.
http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Tropenmuseum_Roya
l
Enkele dagen voor haar vijftiende verjaardag trouwde Maria Susanna du Plessis op 01-03-1754 met Frans Laurens Grand (ca.1730-1762) die eigenaar was van de plantage 'Grand Plaisier' die later 'Nijd en spijt' werd genoemd. Na zijn overlijden kwam de koffie-plantage in het bezit van zijn weduwe en zo werd Maria Susanna op haar 23ste plantagehoudster. In 1767 huwde Maria Susanna (haar tweede huwelijk) met de 8 jaar jongere grootmeester Frederik Cornelis Stolkert (ca. 1747- ca. 1804) op de plantage 'Nijd en Spijt'. (Zijn vader Isaac Stolkert, was gouveneur generaal over Suriname.) Stolkert was een gewelddadige echtgenoot van wie zij zich in 1783 liet scheiden, terwijl hij het op haar bezit Nijd ten Spijt had gemunt. De beide huwelijken bleven voor zover bekend kinderloos. In 1763 vertrok Maria Susanna voor ruim een half jaar naar Amsterdam om haar vader te bezoeken die voor haar de (handels) belangen in Nederland waarnam.
Toen Maria Susanna na ruim 15 jaar huwelijk, in 1783 een scheiding aanvroeg van tafel en bed omdat ze, zo verklaarde zij, werd mishandeld door Frederik Stolkert. Zij verliet het echtelijk huis en ging wonen op de hoek van het plein en de toenmalige Gravenstraat in een prachtig huis dat nog steeds bekend staat als het 'du Plessis-huis'.

                                                                                                                 Foto: Het du Plessis-Huis in Paramaribo. Meerdere prachtige foto's op bijgevoegde pagina. (Links boven aan te klikken op pijltje)

HET DU PLESSIS-HUIS in Paramaribo
Het fraaie houten gebouw (een van de oudste huizen in Paramaribo) dat lokaal bekend als het Du Plessis-huis is gerestaureerd. De restauratie werd mede mogelijk gemaakt door de Europese Unie, die meer dan een half miljoen Euro bijdroeg. Het huis is rond 1750 gebouwd en overleefde als een van de weinige houten gebouwen de twee grote stadsbranden die Paramaribo in 1821 en 1832 deels verwoestten. In 1783 nam Maria Susanna Du Plessis er haar intrek om er tot aan haar dood in 1795 te blijven wonen. De naam van deze vrouw is in Suriname vrijwel synoniem met onmenselijke wreedheid.  
Sinds 2011 zetelt Arbeid Technologische Ontwikkeling & Milieu in het monumentale Du Plessis-gebouw.

 

 

                                                               Afbeelding: Koffieplantage 'Nijd en Spijt' getekend door W.E.H. winkels 1846.

Haar hele vermogen werd in 1768 getaxeerd op 228.940 gulden en legaten met een waarde van ruim 100.000 gulden. 
Haar vader Salomon du Plessis beklede in Suriname diverse hoge functies, zo was hij hoofd van politie ten lande rond 1740 en was hij een van de leiders van de 'cabale', dit was een groep planters die zich afzette tegen de toenmalige gouveneur Joan Jacob Mauricieus. De gouveneur probeerde het probleem met de 'marrons' (weggelopen slaven) die vanuit het oerwoud de plantages aanvielen op te lossen. Hij wilde met deze groep weggelopen slaven vrede sluiten tot groot ongenoegen van de plantagebezitters. Veel slaven ontvluchten het harde bestaan op de plantages en organiseerden zich in groepen in de jungle. De dappere 'marrons' waren ongrijpbare guerillastrijders.

Salomon vertrok naar Nederland om namens de çabale (republikeinen) te produceren tegen de Surinaamse gouveneur. Aanvankelijk had hij het recht aan zijn zijde want de gouveneur werd in 1751 terug geroepen, maar in 1753 werd de gouveneur van alle aanklachten vrijgesproken en Salomon du Plessis werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten en mocht niet meer terug keren naar Suriname. Maria Susanne (13 jaar oud) en haar moeder bleven achter in Suriname.
                                                                                 
http://lh6.ggpht.com/GRoA0IRN5ScXqw5rhRYRLv7h8Ma8WRUQgEhutrX1uANZA1vJnSGOrzlnVHRC0Jlkf-ywgGoN-a-xGB8cFchIdAxTEjQ=s800
Foto: Gouveneur Joan Jacob Mauriciues Gouveneur van Suriname
waar Salomon du Plesssis tegen produceerde.
 
TESTAMENT VAN MARIA SUSANNA DU PLESSIS
In 1791 maakte Maria Susanna du Plessis haar testament, kinderen heeft ze na alle waarschijnlijkheid niet gehad (doopregisters zijn uit die tijd verloren gegaan) zodat ze haar aanzienlijke vermogen, verdeelde over haar neven en nichten. Ook werd haar halfbroer Jan Willem Pichot, een zoon uit haar moeders eerste huwelijk in haar testament genoemd. Ook enkele slaven werden bedacht met legaten.
Verder had Maria Susanna vast laten leggen dat ze begraven zou worden op de begraafplaats 'de oude Oranjetuin' waar ook haar moeder Magaretha van Strijp en haar eerste echtgenoot Frans Laurens Grand waren begraven. Maria Susanna overleed op 06-10-1795 in Paramaribo.
De tekst op haar grafsteen die ze zelf opstelde luide, 'eindelijk ben ik tot rust gekomen'. De grafsteen is sinds 1835 ingemetseld in de vloer van de Hervormde kerk in Paramaribo.
                                     
In het laatste jaar van haar leven waren haar krachten zo ver afgenomen dat ze op 25-01-1795 een advertentie liet plaatsen in de krant, hierin deelde ze mede dat ze door 'zwakheid aan handen' niet meer in staat was (ze was toen 59 jaar oud) om haar gewone handtekening te plaatsen.

Lees onderstaand fragment uit brief van Maria Susanna du Plessis.
Fragment uit een van haar laatste brieven die ze laat schrijven door haar neef Guirin George Pichot op 20-01-1795 waarin Susanna du Plessis meedeelde, dat ze door haar 'verswakking' geen handtekening meer kon plaatsen en voortaan zal bestaan uit een kruisje.



" Dan diend deese meede
Hoofdsaakelijk ter kennisgeeving, dat ik ’t Ongeluk
" gehad hebbende Seedert den 9e September, des gepasseerden Jaars te
" vervallen in een Swaaren krankte, die mij tot op den Oever van de Dood heeft
" gebragt gehad, en daar van herstellende, Sijn de ongelukkige gevolgen geweest
" en waaraan nog Werkelijk Laboreer, Een Swaare Verswakking
" aan Handen en Voeten, door Welke buijten Staat gesteld sijnde mijne
" ordinaire handteekening te doen, deselve voortaan met Een
" Kruijsje door mijn Neeff Guirin George Pichot, gecertificeerd
" moet doen, en op dat aan het publicq en ieder met mij handelende
" persoon daar van Soude Kunnen Blijken, hebbe dien aangaande op den
" 14e deeser desweegens acte en Qualificatie informa gepasseerd, van
" Welke Uw E(dele) hier bij onderhandsche Copije ben toezendende en
" Waarvan per Voornoemde Vloot Uwe E(dele) de authenticque Copije sal
" Geworden, met Versoek daar Aan Geloov te Slaan en alle handteeke-
" ningen indier voege te doen, Voor de Mijne te houden, terwijl zulks
" meerder per Courant alhier hebbe geadverteerd Blijkens de bijgaande.


Bron: gekaaptebrieven.nl


De advertentie die Maria Susanna du Plessis in de krant liet plaatsen.


DOOPGETUIGE IN HEERDE
Maria Susanna du Plessis was als doopgetuige op 22-08-1789 in Nederland bij de doop van Salomon Reinier Marius Pichot du Plessis. Zoon van Eshrain Daniël Pichot en Sara Louise Marie Desselberg. 
Voor
deze doopplechtigheid liet Maria Susanna du Plessis de namen Pichot voor het eerst koppelen aan de naam du Plessis.
Maria Susanna du Plessis was bij deze doop getuige. Zij kwam voor deze plechtigheid uit Suriname. Het zoontje werd naar haar vader Salomon vernoemd.
 
WREEDHEID
De geëmancipeerde Maria Susanna du Plessis geniet nog steeds bekendheid in Suriname, al gaat dit over haar wreedheden die ze zou hebben gepleegd tegenover haar slaven. Het in bezit hebben van slaven was natuurlijk verwerpelijk. Ze zou, zo luid het verhaal eigenhandig een slavenkind hebben verdronken die niet wilde ophouden met huilen. 
Ook zou ze uit jaloezie bij een slavinnetje een borst hebben afgesneden en die bij haar echtgenoot als maaltijd hebben geserveerd omdat Susanna vermoede dat haar man Frederik Stolkert een oogje op het meisje had. Aan deze verhalen werden in de loop der tijd allerlei details toegevoegd maar uiteindelijk is nooit bewezen dat deze wreedheden werkelijk hebben plaats gevonden, er bestaat geen enkel document die deze beschuldigingen aan kunnen tonen. Wel kunnen er oude vetes aan deze verhalen ten grondslag liggen zoals de opgelopen strijd met Frederik Stolkert over het bezit van de plantage 'Nijd en Spijt'.
Mochten deze wreedheden wel op waarheid berusten, dan zal Maria Susanna het karakter van haar vader geërfd hebben.
Zie boek: Recueil de egte stukken en bewijzen door Salomon du Plessis. 
 
Het slavinnenmeisje kreeg wel een naam: ALIDA. Nog steeds worden er jaarlijks Mis Alida-verkiezingen gehouden op 1 juli ter gelegenheid van de afschaffing van de slavernij.
 
Voor een uitvoerig en deskundig verslag over de 'waarschijnlijke' onschuld van Maria Susanna du Plessis kunt u lezen in het artikel van Egmond Codfried.
Een groot deel van het onderzoek over Susanna du Plessis is gedaan door Hilde Neus-van der Putten, zie publicatie van 2003 KIT Amsterdam
'Susanna du Plessis portret van een slavenmeesteres'. 
 

 
http://deslavernij.ntr.nl/files/2011/08/WEBSITE_H5-11-plaatje.29b-cass.jpg
                                                                          Aankondiging afschaffing van de slavernij in 1862.
 
Haar vader Salomon du Plessis die sinds 1752 in Amsterdam verbleef, overleed op 09-06-1785 (80 jaar oud) en werd begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Zijn zoon, de twee jaar jongere broer van Maria Susanna Rijnier Isaac du Plessis overleed op 25-07-1787 (46 jaar oud) en werd eveneens in deze kerk begraven. Waarschijnlijk verbleef Reinier bij zijn vader of woonde in Amsterdam. 



 
PLANTAGES
In 1713 waren er 171 Suikerplantages in Suriname.
In 1750 waren er 141 Suikerplantages en 225 koffieplantages.
Door de vraag naar meer koffie veranderde meerdere plantages van suikerteelt naar koffieteelt.
 
In 1862 werd de slavernij in Suriname afgeschaft. Vanaf dat jaar moesten de slaven nog 10 jaar blijven werken als werknemers. De oplossing werd gevonden in contractarbeiders. Vanaf 1773 werden daarop Indiers naar Suriname verscheept om via een contract 5 jaar op plantages te werken. Vanaf 1890 werden er ook arbeiders uit Java overgebracht.

ONDERSTAANDE OVERLIJDENSBERICHTEN STAAN VERMELD OP DE SITE 'GA HET NA'
Familienaam Duplessis
Datum overlijden 24-07-1755
Datum kerkrecht 01-01-1755
Tekst register 1755-juli 24 Debet L: Grande - Aan kerke reekning voor 't bekentmaaken van Pieter Duplisie f 9,-Archiefstuk ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 24, grootboek van de kerk van Paramaribo 1752 -1756
.

Familienaam Duplessis.
Datum overlijden 13-08-1785.
Datum kerkrecht 01-01-1785.
Tekst register 1785-augustus 13 Debet vrouwe C: F: Stolkert - A voor kerkegeregtigheijd voor 't bekendmaaken van 't overleijden van den Wel Ed: heer Salomon du Plessis binnen Amsterdam op den 9 juny 1785 f 7,10

Familienaam
Stolkert - Duplessis
Datum overlijden 14-10-1767
Datum kerkrecht 01-01-1767
Tekst register 1767-october 14 Debet Frederik Cornelis Stolkert - A kerkegerechtigheid voor zijn trouwen op de pl: Nijd & Spijt met (niet ingevuld) Duplessis wed: F: L: Grand f 50,-
Archiefstuk ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 36, journaal van ontvangst wegens kerkgerechtigheid 1766 – 1774

Familienaam Duplessis
Datum overlijden 29-10-1787
Datum kerkrecht 01-01-1787
Tekst register 1787-october 29 Debet M: S: Duplesis - Aan kerkegeregtigh: voor bekentmaaking van 't overleijden van Rijnier Jsaak in Duplesis op den 20 juli 1787 te Amsterdam f 7,10
Archiefstuk ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 28, grootboek van de kerk van Paramaribo 1786 -1789

Familienaam Grand - Duplessis
Datum overlijden 01-01-1754
Datum kerkrecht 01-01-1754
Tekst register 1754- Debet F: L: Wm: Grande - A t' in huijs trouwen met mejuffr: M: Duplessis f 50,-
Archiefstuk ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 24, grootboek van de kerk van Paramaribo 1752 -1756

Familienaam
Strijp

Tussenvoegsels van
Datum overlijden 13-08-1769
Datum kerkrecht 01-01-1769
Tekst register 1769-augustus 13 Debet den boedel J: M: van Strijp huijsvrouw van Salomon Duplessis - A kerkegerechtigheid voort begraven van haar selfs in de oude oranje ruijn f 50,- ( boete volgens resolutie der Edele Achtbare Hove van Politie & Crimineele Justitie f 500,- holl f 600,-
Archiefstuk ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 26, grootboek van de kerk van Paramaribo 1766 -1776

Familienaam Pichot
Datum overlijden 30-09-1737
Datum kerkrecht 01-01-1737
Tekst register Jsaac Pichot soon van juffr: Duplessis
Archiefstuk ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 23, rekeningen kerkmeesters 1723 - 1740: naamlijst der doden aan Paramaribo, Suriname, Para, en Paulus creeq

HUWELIJKEN
Familienaam man Grand
Familienaam vrouw Duplessis
Datum ondertrouw 1754-03-01
Datum huwelijk 1754-01-01
Tekst register 1754 op huyden den 1 maart zijn ten overstaan van de Edele Achtb: heeren C: de Nijs en Swalenbergh raeden in den Ed: Hove van politie en Crimineele Justitie deser Colonie Suriname & &, na behoorlijke affvragingh door mij secretaris tot den huwelijken staet in en aangeteeckent.

Familienaam man Stolkert
Familienaam vrouw Duplessis
Datum ondertrouw 1767-10-01
Datum huwelijk 1767-01-01
Tekst register 1767 op heeden den .. october zijn ten overstaan van de Edele Achtbaare heeren D: J: W: Hatterman en P: Ferrand raeden in den Edele Hove van Politie en Crimineele Justitie der colonie Surinaame & & door mij ondergeschreven geswoore clercq der opgemelde colonie na behoorlijke affvragingh in den huwelijcken staat in en aangeteeckent,

Familienaam man Jolivald
Familienaam vrouw Duplessis
Datum ondertrouw 1809-04-21
Datum huwelijk 1809-01-01
Tekst register 1809 op heeden den 21 april sijn ten overstaan van de Edele Achtbaare heer F: A: A: Schwennicke en J: Bruijning raaden in den Hove van Politie en Crimineele Justitie dezer colonie Suriname door mij ondergeteekende secretaris na behoorlijk afvraaging in den huwelijken staat aangeteekend Jean Jolwald(Joliivald?) jongman van de Roomsch Catholijke religie 32 jaaren oud gebooren te Sierek in Frankrijk en alhier woonagtig en Clemence Camusat Duplessis jonge dochter mede van de Roomsch Catholijke religie oud 17 jaaren gebooren te Caijenne en alhier woonagtig, geadsisteerd met Jean Baptiste Cliton als ten dezen bij appt: van den hoog Edele Gestrenge heer Lieutenant Gouverneur op de requeste van hem J: B: Cliton in dato 20 deezer verleend, gecommitteerd tot haar voogd . Actum Paramaribo dato utsupra F: A: A: Schwennicke, J: Bruijning / my praesent E: G: Veldwijk gesw: clercq Onderaan in de margine staat vermeld: op heeden den 7 maij 1809 zijn de bovenstaande persoonen door den ondergeteekende raad in den Hove van Politie en Crimineele Justitie in den huwelijken staat bevestigt. Actum Paramaribo dato utsupra J: Bruijning / my praesent E: G: Veldwijk
Archiefstuk ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 4, Registers van aangiften tot ondertrouw, gedaan ten overstaan van Raden van Politie 1742 - 1817, 6 delen - deel 4 (non-conformisten.

DOOP
oornaam
Marcus Jan Hendrik

Achternaam Jobin
Geboortedatum 20-10-1792
Datum doop 28-10-1792
Naam vader Jobin
Naam moeder Mackneill
Tekst register 1792 oktober 28 is door mij onderget: voor de volle gemeente gedoopt een egt kind genaamt Marcus Jan Hendrik geb: 20 oktober 1792. Vader Jean Gaspar Bartholomei Jobin, moeder Magdalena Jobin geb: Mackneel echtelieden.

Meeter Maria Susanna du Plessis. Q: T: (was get:) J: C: de Cros V:D:M:
Archiefstuk ARA, Oud archief Burgerlijke Stand Suriname, inv.nr. 10, kerkboek 1770 - 1792 (Paramaribo)

 


Plantage-overzicht in het noord-oosten aan de Surinaamse- en Commewijne rivier. In het midden onder de rivier Commewijne is plantage 'Nijd en Spijt' ingetekend.

Suriname: Vrijgelaten slaven en hun eigenaren.

Voornamen Frederik Marius

Geslachtsnaam Schietlood
Slavennaam Frederik
Geslacht man
Datum manumissie 24-02-1837
Bedrag cautie 0
Datum borgtocht 25-01-1837
Bedrag borgtocht 300
Verwijzing /
Borgen J.A.H. Arnzen en David Nassy
Eigenaar Alyda Frederika Elisabeth Miquette van Duplessis
Er schijnt dus nog een andere vrouwelijke slavenbezitster te zijn geweest met de naam Duplessis! 

http:/www.gahetna.nl